Schrijfsels

Beetjes tekst in het Nederlands.

Duitsland, Doetslandj en Wales

Het was zondag iets na elf en ik nog maar net op toen papa vroeg of ik mee naar oma (in het woonzorgcentrum) wou fietsen, dus ik vlug-vlug mij klaarmaken en mee. Hij praat nog met haar in het Limburgs, tegen mij hebben ze altijd Nederlands gesproken. Alleen de laatste jaren kaltj oma soms ook tegen mij, zo een zinnetje plat en dan weer standaardtaal. Verwarring, denk ik, zoals wanneer ze onze namen door elkaar haalt.

Papa begon over zijn vakantie in Duitsland: we zeen daes’ waek nao Duitsland gegange. Daar gebruikte hij de Nederlandse vorm Duitsland in plaats van het Limburgse Doetslandj, het hele gesprek lang (ook Duitsers, Duits e.d.) Ik heb de indruk dat er zo wel meer plaatsnamen worden vernederlandst, niet alleen door mijn vader. Zo had een dialectzanger uit Zitterd (Sittard) het over België, niet de Belsj; en oppe Belsj hoorde ik al eens Weert voor Wieërt. Alsof het Nederlands bij elke staatsgrens even tussenkomt: internationale contacten komen nu precies minder voor dan (intra-)nationale.

Het deed me wat denken aan het geval van Wales. In Wales spreekt men vanouds (en ook nu) het Welsh, maar die naam hebben we van het Engels, niet van het Welsh (Cymraeg) zelf. Nochtans waren er ook ooit inheemse - ik bedoel Nederlandse - woorden voor. Het land Wales heette volgens Wikipedia ook Wallis of Kymrië (van het Welse Cymru), vormen die ik na kort zoeken effectief terugvind in een boek (bv. p. 167) en een tijdschrift (p. 99) (al geven beide bronnen er ook meteen de vorm Wales bij, tussen haakjes). De oude vorm Wels voor het Welsh vind ik vooral in (negatieve) taaladviezen: het wordt afgeraden door OnzeTaal, wegens te zeldzaam. Kymrisch heeft ook bestaan, maar zullen ze ook te zeldzaam vinden. Snap ik wel.

Met een gelijkvormig argument rechtvaardigt de VRT Kiev als Nederlandse naam van de Oekraïense hoofdstad: Kiev is al zolang de Nederlandse naam, Kyiv is te zeldzaam om algemeen begrepen te worden. Inderdaad is Kiev een conventioneel, gangbaar woord in het Nederlandse taalgebied, gangbaarder ook dan de Oekraïense vorm. Toch zit er een belangrijk verschil tussen een plaatsnaam als Kiev (of Kyiv) enerzijds, en een naam als Parijs of Londen anderzijds. Kiev is een ‘vreemd woord’: een leenwoord waaraan men nog gemakkelijk kan horen of zien dat het van een andere taal komt. Dus is het niet zonder meer (louter) Nederlands te noemen: 't is nog iets anders, en 't is geen Oekraïens. Dat blijft wrang, zeker voor de hoofdstad (zie ook Warschau).

Dan vind ik het toch een beetje flauw van ons Nederlands, dat het een Engelse naam geeft aan Kymrië; en van mijn vader zijn Limburgs, dat het een Nederlandse naam geeft aan Doetslandj. Tussen het Welsh en de buitenwereld bemiddelt het Engels; en tussen het Limburgs en de buitenwereld, ja zelfs tussen de Limburgen, bemiddelt het Nederlands.

(Nuanceringen: nochtans zegt papa wel steevast Luuk tegen Luik, waar vroeger veel (Belsj-)Limburgers kwamen werken; ik denk ook dat er hier veel zijn die sneller Bree zouden herkennen dan Brieë, of Hasselt dan (H)èsselt.)